Aanbevelingen voor beheer en/of beleid
In navolging van de actieve herstelmaatregelen valt het aan te bevelen dat de waterbeheerder de natuurlijke processen in de deelgebieden ‘Bocht van Laren’ en ‘Shurfert’ en bij uitbreiding in de rest van de midden- en benedenloop van de Zwarte Beek, hun gang laat gaan zodat de beek zich spontaan en natuurlijk verder kan ontwikkelen en zijn natuurlijke heterogeniteit kan herstellen (i.e. ‘passief rivierherstel’). Habitatverbetering op een kort traject is vaak onvoldoende om een opvallende verbetering van de ecologische status te bewerkstelligen. Bij rivierherstel dienen minimale trajectlengten hersteld te worden om een positieve impact te hebben op levensgemeenschappen.
Uit literatuurstudie zou een minimumlengte van 2 km vereist zijn om een effect van de hydromorfologische processen te kunnen waarnemen. Het succes van habitatherstel neemt dus toe met de lengte van het heringericht traject.
Om een grotere impact te realiseren en nog veel meer winst te boeken in het ecologisch herstel van de Zwarte Beek zijn verdere grootschalige actieve herstelmaatregelen in sterk gedegradeerde trajecten wenselijk, voorafgaand aan het aanbevolen passief rivierherstel. De beekprik is vermoedelijk sterk gebaat met het beoogde herstel van de natuurlijke (her)meanderende beek waarin migratieknelpunten worden weggewerkt en waar ruimingen best achterwege blijven.
Bij een eerste inspectie in 2019 werd vastgesteld dat de hefstuw ter hoogte van Bervoets in gesloten positie stond waardoor het opwaarts pand volledig opgestuwd werd en de stuw niet passeerbaar was voor stroomopwaarts migrerende vissen. Controle op en goede afspraken omtrent de bediening van de stuwen lijken hier nodig te zijn. De minimum tijdsduur om de eerste evoluties waar te nemen variëren van 3 tot 8 jaar, afhankelijk van hoe snel het riviersysteem een relatieve evenwichtstoestand bereikt. Binnen deze periode is het ook mogelijk om de mate van herstel van de levensgemeenschappen te evalueren. Een evaluatie na een tijdsbestek van 1 à 2 jaar laat enkel de vaststelling van een aanzet tot herstel toe.
Gezien de maatschappelijke impact van rivierherstel, met positieve effecten naar de stroomafwaartse trajecten op het vlak van waterkwantiteitsbeheer en soortbeheer, maar ook het aanzienlijk verhogen van de natuurbeleving, speelt sensibilisatie van doelgroepen een belangrijke rol: vissers, recreanten, omwonenden, administraties (gemeenten, provincies,…). Dit kan onder andere onder de vorm van brochures, infoborden, webpagina’s, perscontacten. Rivierherstel kan versterkt worden door een aangepast beheerinstrumentarium: aanleg van bufferstroken, evalueren van het maaibeheer, dood houtbeheer,… Watervegetaties hebben een positieve impact op het mitigeren van extreme waterstanden en hebben een positieve invloed op de levensgemeenschappen.
Bruneel, S., et. al. (2026). 10.21436/inbor.141733221
